Het nieuws over het vertrek van Arie Boomsma bij de EO bezorgt me een knoop in mijn maag. Niet om Arie zelf, die zal zich wel redden. En ook niet om het voortbestaan van de EO, voor Arie tien anderen. Maar om het verhaal dat ik erachter ontwaar. En om de mist die er hangt rondom dat verhaal. De EO-directie en Arie zwaaien elkaar zulke loffelijke complimenten toe (‘geweldige collega’/ ‘geweldige omroep’), dat je je gaat afvragen
waarom het eigenlijk tot een breuk moest komen.
Jolige Arie
De redactie van RTL meldt dat er korte tijd op internet een tweet van een EO-medewerker te lezen was waarin stond: ‘[Arie] kon zich niet aanpassen aan het team’. Korte tijd later was de tweet verdwenen. Toch schuilt deze kritiek ook in de woorden van Arjan Lock in het ND van vandaag: ‘...dat de uitspraken van Boomsma in programma’s als
RTL Boulevard en
Shownieuws over het nieuwe programma
[‘Loopt een man op het water’] geen goed hebben gedaan’. Kennelijk was de ‘jonge hond’ Arie Boomsma moeilijk aan de lijn te houden.
Arie deed in de ogen van de EO bij de commerciëlen iets te jolig over het gewraakte programma. Gevolg: duizenden EO-leden op hun achterste benen (die kijken kennelijk
RTL Boulevard en
Shownieuws...). De verwachtingen werden zodoende hooggespannen. Zou er inderdaad gespot worden met Jezus? Zou het krenkend zijn voor gelovigen? Verwachting en bezorgdheid. Tot zover begrijpelijk.
Maar als het programma werkelijk zo goed is dat zelfs de EO-directeuren daar een verantwoordend artikel over schrijven, dan is het
vertonen van het programma het enige en ultieme antwoord op alle vragen en einde van alle twijfel. Of toch niet? Kennelijk wekte de dreigende achterban nieuwe onzekerheid over het format zelf. Een beschuldigende vinger naar Arie’s mediaoptreden is dan
onzin.
EO kiest toch voor optie 2Is dit alle ophef waard? En waarom die knoop in mijn maag? Heb ik mijn punt al niet gemaakt in de
Open Brief van 9 augustus? Ik heb er vandaag veel over nagedacht. Ik denk dat dit het is: de breuk tussen Arie en de EO tekent niet alleen scherp de
crisis binnen de EO, het is tegelijk een symbool van de
crisis binnen christelijk Nederland. Vergeef me dat ik daar zoveel woorden voor nodig heb.
In mijn
Open Brief stelde ik de EO drie wegen voor: (1) doormodderen, (2) de keuze voor het behoudende, oude profiel of (3)
Mixed Economy: het oude koesteren en tegelijk een ondubbelzinnige keuze voor nieuwe, experimentele formats -
beide voluit! Hoewel ik van de EO zelf geen antwoord kreeg, verzekerden velen binnen de EO mij dat optie 3 al jaren lang de koers was - waar maakte ik me druk om?
Ik moet ze ongelijk geven: de druk vanuit het traditionele deel van de EO is zo groot, dat het experiment wordt vermoord nog voor het is gezien. Met alle risico’s van dien: het verlies van geloofwaardigheid en van een presentator die een nieuw publiek aan de EO wist te binden. En die beweging lijkt zich te versterken. De EO kiest steeds vaker voor optie 2: het sparen van de bestaande achterban. Ik heb me in dat kader ook verbaasd over de snelheid én de felheid waarmee Andries Knevel zich uit het
twijfeldebat losmaakte... De EO lijkt verlamd door de angst voor het oordeel van de traditionele massa. De rijen worden weer gesloten.
De groep en het individuHetzelfde meen ik in kerken te zien, zij het dan van verschillende kanten. Verbaasd word ik aangekeken als ik schrijf over
bruggen over de kloven tussen orthodoxie en vrijzinnigheid, als ik het heb over de twijfelaars waarvan we kunnen
leren, als het gaat over ‘radicale katholiciteit’. Vanuit géén van de bestaande ‘kerkelijke kampen’ lijkt het enthousiasme erg groot. Moeizame debatten ontstaan er - dat wel - maar de noodzaak van bruggen wordt zelden gevoeld. Het enthousiasme dat er wel is komt van
eenlingen - vele eenlingen!
De ene groep formuleert een ‘
manifest voor eenheid’ maar formuleert het zo dat andere groepen worden buitengesloten. Die reageren op hun beurt weer met een ‘
manifest voor openheid’. Steeds weer grenzen, steeds weer
wij en
zij. Intussen word ik door de voorman van predikantenplatform ‘
Op goed gerucht’, Jan Offringa naïef genoemd met mijn oproep voor bruggenbouwers - immers bruggenbouwers zijn figuren waar vooral
overheen gelopen wordt. Ik zou beter moeten weten.
Kennelijk wordt
geloven sterk verbonden met een (min of meer) besloten
groep waarbinnen dat geloof gedeeld wordt, onverschillig of dat gereformeerd, charismatisch, Rooms of vrijzinnig is. Geloof verbindt mensen met groepsgenoten en onderscheidt hen daarmee van de ‘anderen’ die buiten die groep vallen.
Groepsbesef, geloof en
persoonlijke identiteit zijn daarmee sterk aan elkaar verbonden. Anders gezegd: ‘religieuze identiteit’ wordt traditioneel bepaald door de verbondenheid met een herkenbare religieuze groep: de kerk, de vereniging, de omroep. Dat zijn de ‘stammen’ (
tribes) waarbinnen veiligheid en identiteit wordt geschonken in ruil voor loyaliteit.
Nieuwe tijd en nieuwe christenen
Al tientallen jaren worden deze ‘kerkelijke stammen’ kleiner (al ontstaan er door hergroepering soms tijdelijk nieuwe grote ‘stammen’). De redenen zijn talloos en inmiddels redelijk bekend. Veel mensen geloven
niet meer en nog veel meer mensen geloven
buiten de groepen. Daar wordt soms smalend over gedaan als zou dat goedkoop en vrijblijvend geloven zijn, maar dat verandert niets aan de constatering.
Het zou een goede reden kunnen zijn om de verbinding tussen geloven, groepsbesef en identiteit te heroverwegen. Maar vaak lijkt het tegenovergestelde te gebeuren: de banden worden aangetrokken, de plicht tot loyaliteit verhoogd en de grenzen helderder gemarkeerd. Veel groepen en kerken radicaliseren en sluiten de rijen.
Hoewel ik het
met grote tegenzin constateer, lijken er dus in onze tijd
twee soorten christenen te ontstaan. In de Amerikaanse setting wordt in dat kader soms gesproken over
‘the new christians’ (
Tony Jones), kennelijk in onderscheid van ‘the old christians’. Het onderscheid dat ik zie is dit: geloven
binnen identiteitsgebonden groepen (
stammen) en geloven
buiten gevestigde verbanden. Het eerste is inderdaad oud, het laatste nieuw.
Die ‘nieuwe christenen’ zijn dan
niet zozeer een nieuwe groep, als wel een soort christenen
zonder (hechte) verbondenheid aan een groep - ze vormen hooguit
netwerken. Zij bewegen zich vrijelijk in de wereld, gaan het gesprek met de cultuur aan en staan belangstellend tegenover bestaande groepen - die belangstelling is helaas zelden wederzijds.
De ‘nieuwe christenen’ worden met argwaan of zelfs angst bejegend. Ze worden afgerekend op hun gebrek aan loyaliteit - maar loyaliteit is een 'stammen-moraal' en daaraan hebben zij zich inderdaad onttrokken. Intussen zijn ze wel trouw en gepassioneerd. Ze zijn beslist
niet beter of
slechter dan de ‘oude christenen’ al moeten ze zich tegen dat verwijt vaak wel verdedigen. De ‘nieuwe christenen’ zijn de nieuwe vrije radicalen, de zoekers, de vrijdenkers. Het zijn de twijfelaars, maar ook zij die de twijfel voorbij zijn en gepassioneerd geloven. Losgeweekt uit verbanden, maar niet los van God of geloof.
Prangende vraagArie is zo’n ‘nieuwe christen’. Zijn gespierde torso en weelderige tattoo’s onderstrepen dat hij zich niet wenst te conformeren aan de ‘code’ van welke kerkelijke stam dan ook. Het is een man die indruk maakt op mensen die van kerk en geloof niets moeten hebben en over zijn overtuiging wordt
niet lacherig gedaan. Dat dwingt respect af. Het was dapper van de EO om zo’n man prominent te laten worden. Het gaf mij hoop dat ‘nieuwe christenen’ tóch door de 'oude christenen' zouden worden herkend. De harde aanvallen die de EO kreeg (bijvoorbeeld in het
Reformatorisch Dagblad) en de breuk tussen Arie en de EO laten nu anders zien.
Kan het dan
toch níet? Blijft wat er - om een voorbeeld te noemen - tussen Jos Douma en mij (
hier en op
zijn blog) gebeurt een incident? Zijn er uiteindelijk
geen bruggen te maken? Is de ‘
boedelscheiding’ tussen oude christenen (van welke denominatie ook) en de ‘nieuwe christenen’ onvermijdelijk? Ik weet het niet meer zo goed. De knoop in mijn maag doet mij het ergste vrezen.
Boele P. Ytsma
zoekendgeloven.nl